Welke rechten heeft de OR?
De Ondernemingsraad (OR) heeft diverse rechten om invloed uit te oefenen binnen een organisatie. Deze rechten zijn vastgelegd in de Wet op de Ondernemingsraden (WOR) en zijn er om de OR in positie te brengen zodat hij wezenlijke invloed kan uitoefenen op belangrijke besluiten die de gang van zaken in de onderneming betreffen. De belangrijkste rechten zijn:
Overlegrecht (WOR, artikel 23)
- De OR heeft recht op regelmatige overlegvergaderingen met de ondernemer, waarin belangrijke zaken besproken worden.
- Zowel de ondernemer als de OR kunnen onderwerpen agenderen.
Initiatiefrecht (WOR, artikel 23)
- De OR kan zelf onderwerpen aandragen voor overleg, zoals verbeteringen in arbeidsomstandigheden, duurzaamheid, of werkdruk.
Adviesrecht (WOR, artikel 25)
- De OR mag advies geven over belangrijke besluiten van de directie, zoals reorganisaties, fusies, overnames, investeringen en sluitingen.
- De directie moet het advies serieus meewegen en gemotiveerd reageren als het advies niet wordt opgevolgd.
Instemmingsrecht (WOR, artikel 27)
- De OR moet instemmen met wijzigingen in regelingen die direct invloed hebben op werknemers, zoals:
- Arbeidsomstandigheden (Arbobeleid).
- Werktijden en vakantiebeleid.
- Beoordelingssystemen en pensioenregelingen.
- Zonder instemming van de OR mag het besluit niet worden uitgevoerd.
Recht op informatie (WOR, artikel 31 en 31 a t/m 31f)
- De OR heeft recht op alle informatie die nodig is om zijn werk goed te kunnen doen, zoals jaarrekeningen, strategische plannen, en personeelsbeleid. Sterker nog: de ondernemer heeft de plicht om de door de OR gewenste informatie aan te leveren.
Recht op deskundige bijstand (WOR, artikel 16)
- De OR mag interne enexterne deskundigen inschakelen, bijvoorbeeld voor advies over financiën, arbeidsrecht of arbeidsomstandigheden.
Recht op gebruik van faciliteiten en overleg met achterban (artikel 17 WOR)
- De OR mag gebruik maken van alle in de onderneming voorkomende faciliteiten (telefoon, e-mail, intranet, kopieermachines, vergaderzalen, etc.
- De OR mag (in werktijd) overleggen met de achterban.
Recht op scholing (WOR, artikel 18)
- De OR-leden hebben recht op scholing en training om hun taken goed uit te kunnen voeren. De werkgever moet dit faciliteren.
Recht om rechtsgedingen te voeren
- De OR heeft het recht om – waar nodig – procedures aan te spannen bij de Ondernemingskamer of de Kantonrechter.
De OR heeft rechten zoals overleg- en initiatiefrecht, informatierecht, adviesrecht, instemmingsrecht, en het recht om gebruik te maken van allerlei faciliteiten. Deze rechten stellen de OR in staat om werknemers te vertegenwoordigen en invloed uit te oefenen op belangrijke beslissingen binnen de organisatie.